1. De voorbereiding
Het strand is altijd onvoorspelbaar en zwaar en soms iets minder zwaar. Een goede conditie is noodzakelijk.
Eet en drink vooral veel. Omdat het koud is heb je niet het idee dorstig te zijn. Je zweet wel veel dus elke 5 kilometer drinken. Richtlijn één bidon per 20 km.
Zorg voor goed materiaal, strandbanden, roestvrije kettingen, vaste voorvork en aangepast schakelmateriaal.
Maak alles zo licht mogelijk.
Kleding niet te dik maar zorg ervoor dat je tegen een regenbui kan
Trek overschoenen aan anders krijg je absoluut natte en ook koude voeten.
Zorg voor de juiste binnenbanden. Strandbanden zijn meestal dikker en de gewone binnenbanden voldoen dan niet meer.
Maak na de strandrace zo snel mogelijk je fiets schoon.
2. De Fiets
Een goede strandfiets beschikt over geen of weinig vering.
Geen noppenbanden maar strandbanden, bijv. Big Apple 26x2.35 van Schwalbe(zie verder op deze site)
Rij niet op te harde banden. Pas de druk aan naar 1.8 - 2 bar. afhankelijk of de banden dit aankunnen.
Een stalen ketting roest onderweg vast, dus neem een nikkel of nog beter een RVS ketting(zie verder op deze site)
Neem een race cassette ipv een mountainbike cassette. Bij een race cassette zit de vertanding dichter op elkaar en kan je beter tunen. Je komt ten slotte geen hoge bergen tegen op het strand. 12-25 is een mooie verhouding.
Smering is uiterst belangrijk zowel voor- als na de race.
3. De race
Het is heel simpel, hoe langzamer je gaat hoe zwaarder het wordt en hoe sneller des te makkelijker vlieg je over het strand. Natuurlijk speelt hierbij het totaal gewicht(persoon+fiets) en de breedte van de banden een belangrijke rol.
Een knikpunt lijkt te liggen bij ongeveer 23 km/uur. Probeer dus altijd harder te fietsen. Haal je dit niet dan wens ik je veel geluk.
Er staat bijna altijd een vrij straffe wind. Dit kan een voordeel en een nadeel zijn. Zorg ervoor dat je niet al halverwege alle lucht uit je longen hebt getrapt.
Trap op een hoge frequentie.
|